FAQ's

Venlo uit MMMV

MMMV kende een urgente economische opgave. Deze is nog steeds urgent en wordt nu door Venlo zelfstandig opgepakt. Besluitvorming over de Bargeterminal is voorzien in december 2018. Besluitvorming over de Havenvisie in de 1e helft van 2019. In de Havenvisie wordt ook ingegaan op de toekomst van de jachthaven.

De hoogwaterbeschermingsopgave blijft bestaan. Dit is primair een taak van Waterschap Limburg en zal door deze worden opgepakt. De gemeente zal vanuit de zorg voor de omgeving en de veiligheid van de bewoners en bedrijven wel betrokken worden bij de hoogwaterbeschermingsopgave. Daarmee treden partijen, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid, gezamenlijk op bij de concrete uitvoering daarvan

Nee. De dijkverleggingen maken onderdeel uit van de algehele hoogwaterveiligheidsopgave. Waterschap Limburg pakt dit nu op samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, waaronder onderzoek naar dijkterugleggingen in combinatie met dijkversterking in het tracé Venlo-Velden. Of het onderzoek naar een geul hier deel van gaat uitmaken is primair een keuze van het Rijk. Kortom: de Hoogwaterbeschermingsopgave blijft staan.

De verplaatsing van de jachthaven werd aangemerkt als meekoppelkans aan de primaire hoogwaterveiligheidsopgave. De verplaatsing werd als randvoorwaardelijk bestempeld voor de ontwikkeling van de Industriehaven. De dijkverlegging in de Océweerd is randvoorwaardelijk voor het verplaatsen van de jachthaven naar deze voorkeurslocatie van de gemeente Venlo.

De synergie en slaagkans van het onderbrengen van de huidige jachthaven in de Océweerd (=voorkeurslocatie van Venlo) zijn beperkt geworden door de stopzetting van MMMV. In het kader van MMMV zou het Rijk bereid zijn het onderzoek naar de geul nu vanuit economisch perspectief op te pakken vanwege de koppelkans met verplaatsing van de jachthaven. Er zou ondanks dat nog steeds een substantiële bijdrage van Venlo voor het verplaatsen van de jachthaven nodig zijn. Met het stopzetten van MMMV is het onzeker geworden of het verkennen van de geul met daarin een plek voor een jachthaven doorgang vindt.

Dat bepaalt de raad van de gemeente Venlo. Besluitvorming daarover is voorzien in de eerste helft van 2019 wanneer dit vraagstuk als onderdeel van de Havenvisie bij de raad voorligt.

Er valt nog niet te zeggen of en wanneer verplaatsing van de jachthaven aan de orde is. Dat hangt allereerst af van het besluit van de raad van Venlo óver de toekomst van de jachthaven in combinatie met de Havenvisie, in de eerste helft van 2019.

Nee. Venlo staat achter de doelstelling van het project en had ook de gelden voor de fase van de verkenning gereserveerd, maar moet in de gegeven financiële situatie afzien van deelname.

Voor de hoogwaterbeschermingsopgave komt een zorgvuldige overdracht vanuit het project naar Waterschap Limburg. Alle informatie die door belanghebbenden en belangstellenden uit de omgeving in het project Meer Maas Meer Venlo is ingebracht maakt onderdeel uit van het overdrachtsdossier. Hoe daarmee precies wordt omgegaan is aan het waterschap. De gemeente blijft wel betrokken bij de uitvoering van de hoogwaterbeschermingsopgave vanuit haar zorg voor de omgeving en veiligheid van de bewoners.

De opgaven uit het project blijven bestaan en zijn van belang. De hoogwaterbeschermingsopgave is primair een taak van Waterschap Limburg en zal door deze worden opgepakt. De gemeente Venlo zal vanuit de zorg voor de omgeving en de veiligheid van de bewoners en bedrijven wel betrokken worden bij de hoogwaterbeschermingsopgave. Daarmee treden partijen, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid, gezamenlijk op bij de concrete uitvoering daarvan.

De opgaves voor de ontwikkeling van de industriehaven en de verplaatsing van de jachthaven worden nu door Venlo zelfstandig opgepakt. Besluitvorming over de Bargeterminal is voorzien eind 2018/begin 2019. Besluitvorming over de Havenvisie in de 1e helft van 2019. In de Havenvisie wordt ook ingegaan op de toekomst van de jachthaven.

De toegevoegde waarde van het project Meer Maas Meer Venlo lag in de integraliteit van de aanpak van de opgaven en verkenning van de mogelijke alternatieven.

De normering voor de dijkopgaven ligt vast in de Waterwet. De ‘nieuwe’ dijken moeten een zodanige waterstand kunnen keren dat het water minder vaak over de dijk stroomt, ook wordt daarbij rekening houden met de gevolgen van de klimaatveranderingen. In 2050 moeten alle primaire waterkeringen voldoen aan de nieuwe normen die sinds 1 januari 2017 van kracht zijn. De dijkopgave in Limburg is urgent en willen Waterschap Limburg, Provincie Limburg en gemeenten Venlo en Peel en Maas eerder gereed hebben (2024). Dit hebben zij in 2015 vastgelegd in een intentieverklaring.

Tevens is door Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg in de beantwoording op de schriftelijke vragen over de programmabegroting van de Provincie Limburg 2019 aangekondigd dat de ruimtelijke en financiële impact van de eerste maatregelen aanzienlijk zijn en aanleiding vormen om nog eens te kijken naar de normen zoals die zijn vastgelegd in de Waterwet. 

De hoogwaterbeschermingsopgave is primair een taak van Waterschap Limburg en zal door deze worden opgepakt. Nadere informatie over ‘hoe en wat’ volgt zodra hierover meer bekend is.

Algemeen

Grofweg wordt de volgende planning voorzien:

Verkenning:
duur: ongeveer twee jaar (tot en met zomer 2019),
resultaat: een besluit over welke oplossing het beste bij de doelstellingen past.

Planuitwerking: 
duur: ongeveer twee jaar (tot en met zomer 2021),
resultaat; een haalbaar uitvoeringsplan.

Realisatie: 
duur: nog onbekend; sterk afhankelijk van gekozen oplossing.
resultaat: een gebied dat waar het goed wonen, werken en recreëren is. Beter beschermd tegen hoogwater en met kansen voor wonen, werken, recreatie en natuur.

Het is dus nog niet precies duidelijk wanneer de eerste schop in de grond gaat. Dat komt omdat het om een groot gebied gaat. Vanwege alle belangen en een grote financiële impact zijn er veel procedures die gevolgd moeten worden. Deze procedures zorgen ervoor dat ieders belang gehoord en meegenomen kan worden. Daarmee worden uiteindelijk ook de goede keuzes gemaakt. Op dit moment (zomer 2017) staat het project aan de start van de verkenningsfase en verwachten we na de zomer meer duidelijkheid te kunnen geven over de planningen

Voor alle vragen met betrekking tot de dijkversterking, dijkverlegging, rivierverruiming, gebiedsontwikkeling, industriehavenontwikkeling en verplaatsing jachthaven in het Meer Maas Meer Venlo gebied kunt u terecht bij de projectorganisatie Meer Maas Meer Venlo. Indien nodig zorgen wij vervolgens voor afstemming met de andere overheden. Kijk onder contact voor meer informatie.

Natuurlijk. Ook als u niet in het Meer Maas Meer Venlo gebied woont kunt u uw vragen over het gebied aan ons stellen. Vragen die niet over het gebied zelf gaan, zullen wij wellicht niet kunnen beantwoorden. Waar mogelijk verwijzen wij u dan door naar de betrokken organisatie of overheid.

De omgevingswerkgroep functioneert als 'klankbord'. In deze groep bespreken we de stand van zaken, lichten we het proces toe, en horen we graag uw mening over het verloop van de verkenning. Hiermee proberen we te voorkomen dat we mensen 'vergeten' of onnodig onrust veroorzaken in het projectgebied.

De werksessies zijn bedoeld voor het ophalen van de inhoudelijke kennis uit het gebied. Die kennis hebben we nodig om goed de alternatieven in beeld te krijgen en uiteindelijk de juiste afweging te kunnen maken voor het voorkeursalternatief conform planning.

Bestaande rechten worden gerespecteerd en beoordeeld. Pas bij vaststelling van het voorkeursalternatief wordt duidelijk in hoeverre bestaande woningen en rechten aangetast worden.

Na de verkenningsfase komt nog de planuitwerkingsfase. Daarin wordt in detail uitgewerkt welke oplossing binnen het voorkeursalternatief uiteindelijk voor realisatie uitgewerkt wordt.

De commissie voor de milieueffectrapportage (kortweg Commissie m.e.r.) heeft zich over de Notitie Reikweijdte en Detailniveau, en de ingebrachte zienswijzen hierop, gebogen en een advies uitgebracht. Via deze link vindt u het advies van de Commissie m.e.r. Het project Meer Maas Meer Venlo is bezig met het opstellen van een zogeheten Nota van zienswijzen NRD en een Inspraaknota Toekomstschets. In deze Nota’s worden de vragen en opmerkingen, in samengevatte vorm, met het bijbehorende antwoord opgenomen. Op deze wijze wordt aangegeven wat er met de ingediende reacties in het project wordt gedaan. In de Nota van zienswijzen NRD wordt ook het advies van de Commissie m.e.r. opgenomen en zo nodig (op onderdelen) voorzien van een reactie.

De keuze welke maatregelen worden getroffen wordt op lokaal projectniveau gemaakt. Bij Meer Maas Meer Venlo is dat de Stuurgroep Meer Maas Meer Venlo. De Stuurgroep bestaat uit een vertegenwoordiging van alle partners binnen het project.

De waterbeschermingseis waaraan de dijken (voortaan) moeten voldoen is echter een harde wettelijke eis, die landelijk is vastgesteld. Daar moet aan voldaan worden. De maatregelen die daarvoor nodig zijn moeten worden getroffen. Binnen die ruimte wordt lokaal de keuze voor een bepaalde dijkaanpassing en/of -verlegging gemaakt om aan de norm te voldoen.

Economisch-toeristisch

De gemeente Venlo wil graag de industriehaven verder doorontwikkelen. Hierdoor dreigt de recreatieve functie van de haven in de verdrukking te komen. Daarom wordt nu gezocht naar ruimte voor de beide havens.

De plannen verkeren nu in de verkennende fase. Er zijn belangrijke stappen gemaakt. Er is een voorkeurslocatie aangewezen (Océ-Weerd) en er zijn belangrijke financiële toezeggingen gedaan door provincie en ministerie. Maar er moet nog veel uitgezocht worden voordat er een voorkeursalternatief kan worden vastgesteld. De uitwerking van de plannen duurt daarom nog minstens vier jaar.

Dat kunnen we pas zeggen als er een voorkeursalternatief is gekozen door Rijk en regio. Zij stellen naar verwachting over twee jaar één van de oplossingen als voorkeursoplossing vast.

 

Na de verkenningsfase komt nog de planuitwerkingsfase. Daarin wordt in detail uitgewerkt welke oplossing binnen het voorkeursalternatief uiteindelijk voor realisatie uitgewerkt wordt.

Hoogwaterbescherming

Dat weten we nog niet. We onderzoeken voor het gebied de mogelijkheden van een dijkverlegging, omdat we meer ruimte voor de rivier zoeken. In de verkenning worden dit soort vragen beantwoord. Het zoekgebied voor een nieuw dijktracé ligt grofweg tussen de huidige locatie van de dijk en de ‘hoge grond’ (grond die zo hoog gelegen is dat het niet de verwachting is dat deze onderlopen bij hoogwater).

Nee, exact weten we dat nog niet. Omdat a) nog bepaald moet worden welke maatregelen allemaal meegenomen kunnen / mogen worden in de berekeningen. En b) de berekeningen nog gemaakt moeten worden.

Wel is al duidelijk dat de nieuwe dijken hoogstwaarschijnlijk hoger dan de huidige dijken moeten worden om aan de nieuwe veiligheidsnorm te voldoen. We gaan daarbij vooralsnog uit van een verhoging van anderhalf tot twee meter voor ons projectgebied.

Bij voorkeur geven we de rivier zoveel mogelijk de ruimte. Helaas is dat niet overal mogelijk; bijvoorbeeld door bestaande bebouwing of rivierkundige beperkingen. Eerste berekeningen laten zien dat zelfs bij alle mogelijke rivierverruimende maatregelen langs de gehele Maas het nog steeds noodzakelijk is om de dijken te verhogen, teneinde aan de nieuwe normen te voldoen.

Ja. Meer Maas Meer Venlo maakt onderdeel uit van het Deltaprogramma. In het Deltaprogramma worden alle projecten afgestemd. Als er maatregelen gepland zijn die voor waterstandsdaling in ons projectgebied zorgen dan worden die effecten meegenomen.

Ook bij Grubbenvorst en Lottum zijn op termijn rivierverruimende maatregelen voorzien, net zoals op veel andere plekken langs de Maas. In Meer Maas Meer Venlo onderzoeken we deze maatregelen ook. Op dit moment is echter nog niet duidelijk hoe deze maatregelen in Grubbenvorst en Lottum er precies uit gaan zien en wanneer ze uitgevoerd gaan worden.

In de berekeningen van de toekomstige waterstanden en de ontwikkeling van maatregelen op de oostoever worden deze rivierverruimende maatregelen meegenomen.

 

Ja, dergelijke alternatieven worden mee onderzocht.

In deze verkenningsfase worden alle mogelijke alternatieven onderzocht die ervoor zorgen dat de waterveiligheidsdoelen gehaald worden.

In de huidige situatie ligt een aantal woningen áchter de primaire dijk, maar wel in het stroomvoerend winterbed. Dat betekent dat men feitelijk in de rivier woont. Bij hoog water bestaat nu de kans (eens in de 50 jaar) dat de huidige dijk overstroomt.

Dat komt omdat de huidige dijken vanuit het Rijk de eis van overstroombaarheid hebben.

De eis van overstroombaarheid is gesteld om het winterbed van de Maas te benutten (en het water bij een hoge waterstand daar zoveel mogelijk toch een uitweg te bieden) zodat de risico’s en gevolgen stroomopwaarts beter beheersbaar zijn.

In de huidige situatie met overstroombare waterkeringen kunnen binnendijkse gronden onderdeel zijn van het winterbed van de Maas, en kunnen de gronden (dus) overstromen.

Na het versterken van dijken volgens de nieuwe normering is dat, vanwege het loslaten van de overstroombaarheidseis, niet meer het geval en zijn de gronden wél beschermd. In dat geval woont men ook niet meer in de rivier.

Aan het loslaten door het Rijk van de eis dat de dijken overstroombaar moeten zijn is een voorwaarde verbonden, namelijk dat zoveel mogelijk winterbed blijft behouden. De nieuwe waterbeschermingsopgave is namelijk zodanig fors dat de ruimtelijke oplossing daarvoor niet alleen in de ‘hoogte’ maar zeker ook in de ‘breedte’ moet worden gezocht.

Versterking van de bestaande dijktrajecten betekent in sommige gevallen namelijk dat er veel van de ruimte van de rivier verloren gaat: een aanzienlijk deel van het huidige winterbed komt dan achter de nieuwe keringen te liggen, waarmee die gronden niet langer onderdeel uitmaken van het overstroombare winterbed.

Behoud van het winterbed is daarom ook een doelstelling waaraan o.a. met de dijkverleggingen als nieuwe primaire waterkering voor bescherming tegen de Maas invulling wordt gegeven.

Landelijk is de afspraak gemaakt dat de eis van ‘overstroombaarheid’ er pas van af gaat áls dijkaanpassing en/of teruglegging heeft plaatsgevonden. Dan krijgt het gebied achter de dijk dezelfde veiligheidsnormen als de rest van Nederland.

De ‘nieuwe’ dijken moeten een zodanige waterstand kunnen keren dat het water minder vaak over de dijk stroomt.

De gronden die door een primaire waterkering worden beschermd zijn ‘binnendijks’ gelegen. Gronden die niet van nature hoog zijn gelegen én geen bescherming genieten van deze primaire watering zijn dan ‘buitendijks’ gelegen. Deze gronden kunnen wel anderszins (beperkt) worden beschermd door een regionale waterkering, een niet genormeerde waterkering of een maatwerkoplossing.

Wettelijk gezien gelden per 1 januari 2017 nieuwe normen. Deze zijn berekend op basis van een risicobenadering: hoe groter de gevolgen van een overstroming, hoe strenger de norm.

Uiterlijk in 2050 is voor iedereen dezelfde basisveiligheid bereikt: 1:100.000, dat betekent dat de kans om te overlijden als gevolg van een overstroming voor iedereen maximaal 1 op 100.000 wordt ofwel maximaal 0,001% per jaar

Indien in een gebied de economisch maatschappelijke schade bij overstroming groot is dan wordt het gebied extra beschermd.

Binnen het projectgebied Meer Maas Meer Venlo geldt

  • voor de dijktracés in het deel ten noorden van de A67 een signaleringswaarde van 1:300 en een maximaal toelaatbare overstromingskans van 1:100ste per jaar;
  • voor de dijktracés in het gebied ten zuiden van de A67 geldt een signaleringsnorm van 1:1.000 en een maximaal toelaatbare overstromingskans 1: 300ste per jaar.

De signaleringswaarde is een overstromingskans voor een kering. Als een kering niet aan de signaleringswaarde voldoet, start een proces dat leidt tot maatregelen die de kering versterken.

De maximaal toelaatbare overstromingskans (ook wel ondergrens) is de wettelijke waarborg van de veiligheid. De maximaal toelaatbare overstromingskans geeft de maximaal toelaatbare faalkans voor een kering weer.

 

De keuze om niets te doen en bijvoorbeeld de huidige situatie, terwijl deze niet aan de norm voldoet, te handhaven is er niet.

Ja dat is juist. Met het ondertekenen van het startdocument hebben alle betrokken partners gezamenlijk afgesproken om een brede studie uit te voeren. Dit betekent dat mogelijke rivierverruimende maatregelen in het gebied (ook op het grondgebied van Horst aan de Maas) worden onderzocht die een bijdrage kunnen leveren aan de opgave. Dit betreft ook alternatieven waarbij woningen en bedrijven buitendijks kunnen komen te liggen. De provincie heeft op voorhand gesteld dat zij zowel het onderzoek naar, als de uitvoering van de maatregelen, waarbij bestaande binnendijkse woningen buitendijks komen te liggen niet zal financieren.

Dit is terug te vinden in de memorie van toelichting bij de voorjaarsnota 2017 van Gedeputeerde Staten en de mededeling van de portefeuillehouder aan Provinciale Staten van december 2017.

Een interpretatie dat er geen alternatieven (mogen) worden onderzocht, waarbij woningen en bedrijven buitendijks komen te liggen is te eenzijdig.

Het Rijk heeft de nieuwe wettelijke normering bepaald op basis van overstromingsrisico’s en prognoses die gebaseerd zijn op verschillende klimaatscenario’s voor de toekomst. De nieuwe normering zorgt voor eenzelfde beschermingsniveau voor iedere Nederlander (kans op overlijden niet hoger dan 1:100.000 per jaar) en dit op plaatsen -waar sprake kan zijn van grote groepen slachtoffers en/of grote economische schade -nog aangevuld.

Op basis hiervan is per gebied het beschermingsniveau bepaald.

Voor Venlo-Velden is de norm 1:300 per jaar en voor Venlo Centrum 1:1000 per jaar als maximaal toelaatbaar overstromingsrisico (zeg maar: één keer in de 300 respectievelijk 1.000 jaar).

Dat kan en gebeurt ook maar heeft geen tot een zeer beperkt en tijdelijk waterstandsverlagend effect. Alphons van Winden lichtte toe dat de stuwen bij hoogwater al redelijk vroeg worden gestreken (rond de 1500/1800m3/sec). De ‘vakken’ tussen de stuwen (de zogeheten maaspanden) lopen na het strijken van de stuwen echter al vrij snel vol. Bij nog hogere waterstanden hebben de gestreken stuwen geen waterstandsverlagend effect meer..

Vraagstellingen:

Wat is het effect van alle genomen verbeteringen (verbreding- verdieping, etc) op de hoogste waterstand van de Maas? Zou de dijkverhoging die gepland is net zo hoog uitvallen als de gegevens van hoogste waterstanden van de laatste 15 jaar eerder bekend zouden zijn geweest cq moet de dijken wel zo sterk verhoogd worden?

Het lijkt of de beoogde maatregelen van dijkterugleggen bij MMMV geen/weinig nut heeft (vlgs dhr van Winden) Project MMMV dus overbodig?

Antwoord:

De dijken moeten voldoen aan de nieuwe wettelijke normering. Deze normen zijn gebaseerd op het verminderen van het overstromingsrisico en daarmee het overlijdensrisico, en dat is dan ook van méér afhankelijk dan alleen de waterhoogte.

De effecten van rivierverruimende maatregelen zoals, nevengeulen, hoogwatergeulen en dijkteruglegging zijn lokaal en kunnen per locatie verschillen. Dit is afhankelijk van obstakels en versmallingen zoals bij de steden, de ligging van bruggen en de lokale breedte van het Maasdal.

Het effect van een geul bij Venlo-Velden is merkbaar als een verlaging van de waterstanden ten zuiden van Venlo-Velden,  bij onder meer de stadsdelen Venlo centrum en Blerick. Dat effect loopt zelfs door tot aan Roermond en treedt al op bij waterstanden zoals in 93/95.

De dijkteruglegging Venlo-Velden is door het Rijk bestempeld als (systeem)maatregel, die nodig is voor het behoud van het winterbed (wateropvang/retentie). Dit is noodzakelijk vanwege het positieve (waterstandsverlagend) effect daarvan op de waterstanden.

Bij ophoging van de huidige dijken in Velden, is sprake van een negatief (waterstandsverhogend) effect – dat zou dwingen tot extra maatregelen in Venlo-centrum en Blerick.

Gezien de verschillende effecten van de verschillende maatregelen elkaar kunnen beïnvloeden is het  van belang dat deze allemaal  met elkaar in verband worden gebracht.

Zo worden ook alle maatregelen die zijn vergund of uitgevoerd meegenomen voor het berekenen van de benodigde hoogte van de dijk.

**

De opgave van MMMV omvat meer dan alleen dijkteruglegging. Het project MMMV voert de hoogwaterbeschermingsopgave van het Rijk uit en combineert dit - waar mogelijk - met ruimtelijke ontwikkelingen.

Het project MMMV voert deze opgave uit en is daarom niet overbodig.

Als eerste wordt gekeken naar oplossingen voor rivierverruiming, om daarmee de verhoging van dijken te beperken.

Daar waar een dijk wordt aangelegd wordt zoveel mogelijk gewerkt met innovatieve methoden en ontwikkelingen. Er zijn meerdere mogelijkheden en opties. De notitie Handreiking Innovaties Waterkeringen laat er een paar zien.

Bij de uitwerking van het dijkontwerp wordt verder goed gekeken naar de specifieke situatie. Dit kan o.a. te maken hebben met duurzaamheid, maar ook met ruimtegebruik.

Het kan een optie zijn om een deel van het  water af te voeren via de verschillende kanalen (Albertkanaal/ Julianakanaal). Hierbij kan wel spelen dat deze kanalen daar dan op moeten worden aangepast (kanaaldijken) alsmede de sluizen en stuwen in de kanalen. Ook speelt mee dat het water (Julianakanaal) uiteindelijk toch weer in het maassysteem terugstroomt en dat daar een probleem ontstaat. Over de afvoer via het Albertkanaal zijn internationale afspraken gemaakt. Al deze mogelijkheden zijn bekeken in het Regioproces Deltaprogramma Grote Rivieren en bleken praktisch geen goede oplossingen om de waterstand dusdanig te verlagen.

Belangrijk is wat hier met ‘tijdelijke dijken’ wordt bedoeld.

Gebruikelijk wordt met een ‘tijdelijke’ voorziening gedoeld op maatregelen die worden ingezet bij het ontbreken of falen van de (vaste) kering. Hier zijn verschillende systemen voorhanden, meest bekende is de zandzak/big bag. Deze tijdelijke maatregelen worden alleen bij nood of onvoorziene situaties in gezet.

Met ‘tijdelijke maatregelen’ worden vaak de zogenaamde beweegbare of demontabele voorzieningen (als onderdeel van een ‘vaste’ kering) bedoeld. In dat geval zijn de meest bekende de huidige aluminium balken die bij een bepaalde waterstand worden geplaatst. Hierin zijn ook verschillende systemen, variërend van een sluisdeur tot een zichzelf opdrijvende waterkering.

Voor het (kunnen) toepassen van deze voorzieningen is uiteraard de benodigde sterkte bepalend, maar vooral ook de sluitingsoperatie. Met andere woorden hoe groot is het risico dat het systeem niet tijdig sluit of gesloten kan worden.

Daarnaast zijn de kosten van dergelijke voorzieningen  en het beheer ervan aanzienlijk hoger dan van een vaste kering. Dat zijn factoren die mede bepalend zijn in de keuze.